November 2008. ING zit door de kredietcrisis in grote problemen en kan niet
meer aan zijn verplichtingen voldoen. Wéér geld lenen van de Europese
Centrale Bank is geen optie, er moeten direct tientallen miljarden euro
beschikbaar gesteld worden. Een nationalisatie – tijdelijk of niet – is
misschien noodzakelijk.

Bos legt de hoorn op de haak en staart naar zijn BlackBerry.
Geheel onverwacht komt de mededeling van Tilmant niet voor Bos. Hij hield
met zijn collega’s de problemen al een tijd in de gaten. Maar wie gaat Bos
vervolgens zelf bellen?

Het is een volstrekt hypothetisch scenario, maar toch.

De voorzitter van De Nederlandsche Bank, Nout Wellink, zal de eerste
zijn. Die zal vervolgens een lijstje telefoonnummers in Europa gaan
afbellen. Want ING is een enorme bank met dik 1,3 biljoen euro op de balans.
Dat bedrag is zó enorm groot dat de Nederlandse overheid daarvoor niet
garant kan staan.

Net zo min als dat overheid dat kan doen voor de 576 miljard euro die bij
Rabobank op de balans staat, mocht die bank ooit in de problemen raken.

Maar hoewel Bos dus weet wie hij meteen moet bellen, ligt er geen vastliggend
scenario klaar voor zo'n eventualiteit.

In de Verenigde Staten kan de federale overheid bedragen tot 300
miljard dollar beschikbaar stellen om hypotheekbanken als Freddie Mac en
Fannie Mae te redden. Dat zit er in Nederland niet in. Bos is in
noodgevallen aangewezen op Europese hulp.

Dat stelt hoogleraar Thorsten Beck, die aan het European Banking Center van de
Universiteit van Tilburg onderzoek doet naar financiële vangnetten voor
financiële instellingen.

Beck stuit bij regeringsvertegenwoordigers in Nederland en Europa op
een muur van stilzwijgen als hij hen vraagt wat voor financiële vangnetten
er zijn indien een grote Europese bank omvalt. Z24 overkomt hetzelfde.

“Dat is omdat zo’n Europees vangnet eenvoudig niet bestaat”, stelt Beck.
Volgens de hoogleraar heeft op dit ogenblik geen enkel Europees instituut
het mandaat om in te grijpen.

In Amerika legde een consortium van tien banken dit weekeinde 70
miljard dollar op tafel. In nood verkerende banken kunnen tegen voordelige
tarieven geld lenen uit deze pot. Dat kan omdat de Federal Reserve, het
stelsel van Amerikaanse centrale banken, het politieke mandaat daartoe
heeft.

De Europese Centrale Bank heeft dat mandaat niet. “Die mag zich van de
Europese lidstaten alleen bezig houden met de monetaire stabiliteit, dus de
inflatie. Niet de stabiliteit van de banken zelf.”

Volgens Beck is dat omdat geen van de landen zijn soevereiniteit op dit vlak
wil opgeven.

Maar onofficieel is het antwoord dat “er eerst een grote financiële
ramp moet gebeuren” voordat nationale politici durven te spreken over het
overdragen van zo’n stukje soevereiniteit, aldus Beck.

Dus wie belt Bos, als ING of Rabobank om dreigt te vallen? Er is inderdaad
geen Europees instituut. Wel is er sinds dit jaar een brede overeenkomst
gesloten tussen de centrale banken. Dus Bos belt met Nout Wellink, en die
belt vervolgens zijn collega-voorzitters van diverse centrale banken van
andere landen.

Die voorzitters bellen vervolgens weer met de bestuursvoorzitters van
grote Europese banken, om te peilen of zij bereid zijn tegen voordelige
tarieven leengeld op tafel te leggen.

Volgens het ministerie van Financiën zijn er geen plannen om in Europa aan te
dringen op het opzetten van een centrale instantie die, in geval van nood,
snel actie kan ondernemen om een ING of Rabobank te redden.

Wel laat een woordvoerder weten dat minister Bos een voorstander is van
zogenaamde 'colleges of supervisors', waarbij toezichthouders per onderwerp
en problematiek gegroepeerd worden. Volgens Bos opereren zulke colleges
flexibeler en efficiënter.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl