- Er is veel onduidelijkheid over de vraag of het nu duurder of goedkoper is om een elektrische auto te rijden.
- Dat komt voornamelijk door de onzekerheid over de restwaarde van elektrische auto’s in de nabije toekomst.
- Business Insider Nederland keek naar het verschil in kosten tussen elektrische en benzineauto’s in relatie tot de verwachte restwaarde.
- Lees ook: Meer elektrische occasions verkocht, terwijl consument twijfelt door onzekerheid
ANALYSE – Als we de ANWB mogen geloven, dan is het duurder om in een elektrische auto te rijden dan in een benzineauto. Maar bij navraag van Business Insider over de achterliggende berekening, geeft de organisatie aan dat sprake is van gemiddelde rekenmodellen die dus ook een gemiddelde indicatie geven. Dat geeft genoeg reden om zelf eens verder te kijken naar de kostenverschillen tussen elektrische auto’s en benzinemodellen.
Als je op dit moment naar de maandelijkse lasten van een vergelijkbare elektrische en een benzine-auto kijkt, zie je dat elektrisch rijden simpelweg goedkoper is. Een elektrische auto profiteert van een lagere wegenbelasting, kan relatief goedkoop een volle accu laden en heeft minder onderhoudskosten dan een vergelijkbare benzineauto. Hoe kan het dan dat de totale kosten per kilometer in meerdere vergelijkingen zoveel hoger uitkomen?
Dat is eigenlijk heel simpel: het euvel zit hem in de restwaarde en dan vooral de manier waarop die wordt ingeschat. Over de restwaardes van elektrische auto’s is veel te doen, omdat die recent veelal lager uitvallen dan eerder werd verwacht.
De restwaarde en de afschrijving die daarop wordt berekend is van belang, als je een berekening maakt van de totale kosten van het autobezit. Kort door de bocht zorgt een lagere restwaarde ervoor dat de totale kilometerkosten bij een elektrische auto hoger uitvallen dan bij een benzineauto, aangezien die laatste op papier meer waardevast is.
Het helpt daarbij niet dat de aanschaf van een elektrische auto in veel gevallen duurder is dan de aankoop van een benzineauto, waardoor je al snel een scheef beeld krijgt.

Rekenen met verwachte restwaarde voor elektrische auto's is een gok
Nu is het rekenen met een restwaardes en afschrijving sowieso lastig, aangezien het - vooral bij elektrische auto's - moeilijk is om in te schatten om wat voor bedragen het gaat.
Uit navraag bij meerdere instanties en leasebedrijven blijkt dat iedereen er een eigen rekenmodel op nahoudt. Vanuit de overheid wordt er wel een standaard geleverd, maar zelfs daarin staat een kanttekening dat het eigenlijk niet verantwoord is om berekeningen te doen met restwaardes van elektrische auto's.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland stelt dat de restwaardes van elektrische auto's dit jaar hoger uitvallen dan eerder werd gedacht, omdat de kwaliteit van elektrische auto's de afgelopen tijd aanzienlijk in de lift zit. Met andere woorden: de waarde van een nieuwere elektrische auto is niet te vergelijken aan die van een oudere, omdat ze technisch sterk verschillen. Dat leidt dus mogelijk tot oneerlijke vergelijkingen.
Een goed voorbeeld hiervan is de Nissan Leaf. Hiervan zijn er inmiddels meerdere generaties, waarbij de nieuwste generatie niet alleen een veel grotere actieradius heeft, maar ook hogere laadsnelheden kan halen. Daarom is het laatste model veel toekomstbestendiger dan het eerste model, en dus ook meer waardevast.
Op dit moment worden de kosten per kilometer dus eigenlijk gebaseerd op een vergelijking tussen appels en peren. We berekenen de restwaarden en dus de afschrijving van de nieuwere, betere elektrische auto's op basis van de restwaarden van de slechtere modellen.
Vergelijking kosten elektrische auto en benzine-auto
Dat oneerlijke kunnen we er natuurlijk ook uitsnijden. We kunnen de vaste kosten van twee vergelijkbare auto's met een benzinemotor en elektrische aandrijving naast elkaar zetten en op basis daarvan de kosten berekenen. Zo kun je opmaken of er een prijsverschil is.
Hoeveel goedkoper of duurder is het om een elektrische auto te rijden als je de restwaarde en overige lastig in de schatten kosten, zoals onderhoud, eruit laat? Kortom: waar kun je echt vanuit gaan over een periode van vier jaar?
Voordat we de tabel met data in duiken, geven we wat duiding. We gaan in de vergelijking uit van de periode van 2026 tot en met 2030, omdat we daar een vaste waarde voor wegenbelasting hebben. Daarnaast werken we met de gemiddelde laadprijs van dit moment van 45 cent per kWh en de gemiddelde literprijs van 1,96 euro.
Voor de verzekering gaan we uit van het goedkoopste tarief bij 0 schadevrije jaren en WA+ Beperkt Casco. Daarnaast rekenen we, net als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, met een gemiddeld kilometrage van 15.000 kilometer per jaar. De overige gegevens zijn afkomstig uit fabrieksopgaves van de respectievelijke fabrikanten en modellen.
In de tabel hieronder kijken we naar de benzine- en elektrische varianten van respectievelijk de Hyundai Kona 48V/EV, de BMW X1/iXi en de Volvo XC40/EX40.
Wat gelijk opvalt is dat met de voorspelbare vaste kosten, de elektrische variant in elke vergelijking goedkoper is dan de benzinevariant. Het opmerkelijke hieraan is dat dit in het geval van de Hyundai Kona en de BMW leidt tot aanzienlijke besparingen over een periode van vier jaar. Deze zijn zo hoog, dat je kunt stellen dat ze het verschil in restwaarde wellicht compenseren.
Als je kijkt naar de manier waarop de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de restwaardes bepaalt, zit er grofweg 10 procent verschil tussen een vergelijkbare benzine- en elektrische auto. De Rijksdienst stelt namelijk de vuistregel dat een elektrische auto na vier jaar de helft aan waarde heeft verloren en een benzineauto slechts 40 procent minder waard is geworden.

Ook als je restwaarde meeneemt, staat de elektrische auto er goed voor
As de schattingen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de ontwikkeling van restwaarden enigszins accuraat zijn, gaat de restwaarde van nieuwere elektrische auto's hoger uitvallen. Dit biedt perspectief op kostenpariteit, als je de afschrijving toch in de kostenberekening meeneemt.
Hierbij hebben we de onvoorspelbare en sterk fluctuerende kosten van onderhoud nog niet meegenomen. Zouden we dit wel doen, dan komt daar waarschijnlijk nog een voordeel voor de elektrische vierwielers bij, want het is langzaam maar zeker duidelijk geworden dat onderhoud voor elektrische auto's over het algemeen lager uitvalt dan bij benzine-auto's. Simpelweg omdat er minder bewegende en slijtagegevoelige onderdelen zijn.
Nu is bovenstaande berekening nog steeds een momentopname. Het jaar 2030 is nog ver weg en we weten dat de overheid nogal abrupt kan ingrijpen. Als de korting op de wegenbelasting helemaal wegvalt, of er een aparte categorie voor elektrische auto's in het leven wordt geroepen, vallen de sommetjes weer anders uit. Wie weet komt er wel een hogere belasting op benzineauto's om mensen ervan te overtuigen om toch in de elektrische auto te stappen.
Verder bleek deze week dat het kabinet-Schoof de in 2022 ingevoerde verlaging van de accijns op benzine in 2026 waarschijnlijk toch gaat terugdraaien. Dat zou betekenen dat een liter benzine 25,8 cent duurder wordt! Daarmee zouden bovenstaande berekeningen nog wat ongunstiger worden voor benzine-auto's.
Uiteindelijk is duidelijk dat, zelfs als je alle moeilijk te voorspellen variabelen zou meenemen, de kosten per kilometer er dichtbij elkaar liggen. Het lijkt hoe dan ook voorbarig om keihard te stellen dat het rijden in een elektrische auto duurder is dan het rijden in een benzineauto.