- Nederlandse industriële bedrijven hebben het zwaar door relatief hoge energiekosten en stevige internationale concurrentie uit onder meer China.
- Vakbond FNV beaamt geluiden uit de chemiesector dat de toekomst van dit industriële cluster in Rotterdam op het spel staat.
- Directeur Pieter Hasekamp van het CPB stelt dat Nederland zich beter kan specialiseren in economische activiteiten waar het een comparatief voordeel heeft.
- Lees ook: Hogere defensie-uitgaven EU kunnen reddingsboei zijn voor machinebouw in Nederland
FNV vreest dat nog veel meer industriële bedrijven en banen uit Nederland verdwijnen als politieke actie uitblijft. De vakbond sluit hiermee aan bij raffinaderijenvereniging VEMOBIN, die vrijdag in De Telegraaf al alarm sloeg over gedaalde en soms volledig verdwenen winstmarges door het ongunstige investeringsklimaat. Daardoor zouden meer sluitingen van Nederlandse fabrieken dreigen.
Voor FNV-bestuurder Ali Gunduz zijn deze geluiden niet nieuw. “Energie is hier duurder en de eisen aan producten hoger dan in bijvoorbeeld China. We ervaren inmiddels bijna dagelijks dat investeringen worden stopgezet of uitgesteld. Alle onderhandelingen lopen de laatste tijd moeizaam of helemaal niet.”
Wel of niet inzetten oude industrie zoals chemie?
Vorige week werd bekend dat twee niet langer winstgevende chemische fabrieken in de Rotterdamse haven sluiten. Deze week kondigde Shell aan de toekomst van zijn chemieonderdelen te onderzoeken. Voor Gunduz zijn deze ontwikkelingen niet verrassend. “Als er in Den Haag en Brussel niks gebeurt, gaan we dit wel bijna wekelijks horen.”
Volgens VEMOBIN is het “helemaal niet denkbeeldig” dat na raffinaderij Gunvor ook andere van de overgebleven vijf raffinaderijen of bijbehorende industrie uit Nederland verdwijnen. “Er stoppen nu veel grotere partijen dan eerst, het is wachten op de volgende sluiting.”
Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO, is het daarmee eens. "Het is mogelijk dat bedrijven uitwijken naar China, de Verenigde Staten of het Midden-Oosten. Als bedrijven vertrekken, verzwakt het cluster van chemiebedrijven hier, dat nu nog een van de belangrijkste ter wereld is. Ook zouden we voor mogelijk strategisch belangrijke materialen dan afhankelijker van die landen worden."
Niet iedereen is somber. Pieter Hasekamp, directeur bij het Centraal Planbureau (CPB), vroeg zich vrijdag in een opiniestuk af hoe erg het zou zijn als een deel van de industrie verdwijnt. Volledige autonomie is voor Europa volgens hem sowieso "een illusie" en ook zouden werknemers bij een sluiting snel een nieuwe baan kunnen vinden door de krappe Nederlandse arbeidsmarkt. Het is volgens Hasekamp slimmer om je als land te specialiseren in economische activiteiten waar je een zogenoemde comparatief voordeel hebt.