Hoge benzineprijzen en accijnzen ten spijt, komen er in Nederland steeds meer
luxe auto’s op de weg.

Vooral Maserati, het voormalige racemerk met de drietand op de grille,
is in dat segment bezig met een ware inhaalslag.

De Italiaan laat in de verkoopcijfers tot nu toe Aston Martin, Bentley,
Ferrari, Lotus en de Audi’s TT en R8 ver achter zich.

Volgens cijfers van Bovag-RAI werden vorig jaar in Nederland 75 Maserati’s
verkocht, tegen 50 in 2006.

En het blijft voor de wind gaan. In de eerste vier maanden van dit jaar stond
de teller al op 52, versus 22 in dezelfde periode in 2007.

Er werden volgens Bovag-RAI in die vier maanden zelfs meer Maserati's verkocht
dan de populaire Mercedes SLK.

Daarbij gaan de verkopen voor Maserati nu al weer sneller dan vorig jaar.
Houdt Maserati dat vol, dan zal het over het hele jaar zeer waarschijnlijk
de 75 passeren.

Maar niet alleen zijn de verkoopcijfers mooi, Maserati schrijft voor
het eerst in 17 jaar weer zwarte cijfers. Het succes van dit alles?

De Maserati GranTurismo.

Ja, de vierdeurs Maserati Quattroporto - in 2003 geïntroduceerd - zette ook al
zoden aan de dijk, maar sinds de introductie van de GranTurismo (GT) in juli
2007, kan Maserati niet meer stuk.

In alle regio’s waar de GT verkocht wordt, ziet het autobedrijf de
verkoopcijfers stijgen. De sportieve driedeurs coupé is een regelrechte hit.

Aan de prijs zal het niet liggen, want die is niet mals: in Nederland
betaal je gemiddeld 153.000 euro voor een nieuwe GT of Quattroporte.

Goed, de 41.000 euro bpm die je in Nederland betaalt zit daar ook bij in. Maar
zelfs zonder die aanschafbelasting zijn Maserati’s fors geprijsd.

Wat maakt de auto dan zo’n hit?

Het valt op dat zowel de GranTurismo als de Quattroporte is ontworpen
door het Italiaanse designbureau Pininfarina. Dat bureau tekende ook voor de
succesvolle Mitshubishi Colt CZC, de Volvo C70 en de Ford Focus CC.

En zo'n beetje alle Ferrari's.

De GranTurismo wordt naast de buitenkant, ook enorm gewaardeerd om de
binnenkant. De vakpers heeft niets dan lof voor het model. Ook Amerikaanse
autobladen waren lyrisch over de prestaties van de GranTurismo, die op de
rechte weg een snelheid van 285 kilometer per uur haalt.

En dan te bedenken dat het voor Maserati kantje boord was. De afgelopen 17
jaar ging het zeer slecht. Het bedrijf stapelde verlies op verlies.

Het dal waaruit Maserati kwam, was dan ook diep. Het merk werd in 1914
opgezet door de gebroeders Maserati. Jongens met goed technisch inzicht die
tot dan toe vooral auto’s en onderdelen ontwikkelden voor andere bedrijven,
maar toen voor zichzelf begonnen.

Ze richtten zich op raceauto’s en maakten met enkele modellen furore. Maar er
moest geld bij en in 1937 verkochten de broers het merk aan de Orsi familie.
De naam ‘Maserati’ bleef bewaard en de broers bleven binnen het bedrijf
werkzaam.

Maar eind jaren ’60 kwam de sleet erin en nam de Orsi familie een -
achteraf gezien - rampzalige beslissing: het verkocht Maserati aan Citroën.

De Franse automaker begon direct Citroën-technologieën toe te passen op
Maserati-ontwerpen. Een Franse naam verbinden aan een Italiaanse bleek qua
repuratie al geen groot succes, en met de oliecrisis van 1973 viel bijna het
doek voor Maserati.

Citroën werd failliet verklaard en maakte een doorstart met PSA
Peugeot als nieuwe eigenaar, maar Maserati paste niet in het businessmodel.

Het bedrijf hing op het randje van faillissement en werd in leven gehouden
door Italiaans belastinggeld, totdat motorfabriek Benelli Maserati kocht.
Onder de vleugels van Benelli leidde Maserati een sluimerend bestaan tot
1989. Toen nam Fiat een minderheidsbelang van 49 procent in het bedrijf.

In 1993 kocht Fiat het bedrijf op, en bracht het later onder bij Ferrari, een
ander Fiat-merk. Langzaam kroop Maserati uit het dal, met steeds
succesvollere ontwerpen. Waaronder de Spyder, de voorloper van de
GranTurismo.

Maar hoewel de verkopen langzamerhand steeds beter werden, bleef het
bedrijf diep in de rode cijfers, en de toekomst dus onzeker. Het versleet de
ene puinruim-CEO na de andere, maar die wisten het tij niet te keren.

In 2005 werd Maserati uit de Ferrari-portefeuille gehaald en als aparte
entiteit ondergebracht bij Fiat Auto. Daarmee werd het merk een directe
verantwoordelijkheid van Sergio Marchionne, de bestuursvoorzitter van Fiat
Group.

Marchionne ging voortvarend te werk – en soms met de botte bijl. Maar
het had effect. Niet alleen wist hij Fiat zelf na jaren van verliezen in
2006 weer in de zwarte cijfers te krijgen. Hij herhaalde het kunstje een
jaar later met Maserati.

In 2007 noteerde Maserati een omzetgroei van 33% ten opzichte van 2006. Die
steeg van 519 miljoen naar 694 miljoen euro. Daaruit blijkt het succes van
de GranTurismo. Maar het bedrijf had voor het eerst in jaren ook weer een
positief saldo. De operationele winst bedroeg in 2007 22 miljoen euro, tegen
een verlies van 33 miljoen een jaar eerder.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl